De Camme

Uit Historisch Steenokkerzeel

Banbrouwerij

Reeds in de 16de eeuw vond men vermeldingen van een camme  in volgende bewoordingen: huys ende hoff aen de oude Camme, gelegen opt kerckevelt langs de steenwegh.

De naam camme is afgeleid van het Latijnse gamba en verwijst naar een brouwerij.

De voormalige “banbrouwerij” werd afgebroken om in 1652 plaats te maken voor een nieuwe dorpscamme, tevens herberg en pachthoeve. Een banne of banaliteit betekende het verplicht gebruik van ovens, molens, brouwerij, smidse enz. ten behoeven van bewoners binnen de ban of rechtsgebied en zo vloeide het geïnvesteerde geld van baron de Marselaer terug naar de bron.

De nieuwgebouwde camme bezat een ruime gelagzaal, brouwkelders en droogzolders. Rechts van de toegangsdeur was tot 1926 de slaapkamer van de bewoners. Hier werd in 1797 Lambertus Goossens geboren, vader van de latere kardinaal Petrus Goossens, de familie Goossens was er toen pachter van de hoeve.

Het gebouw

Het hoofdgebouw is een Brabants exemplaar in Vlaamse renaissancestijl van een typisch Spaens huys. Het is een karakteristiek voorbeeld van onze oude landhuizen met zijn vensterbalken in kruisvorm, gevuld met kleurige raampjes. Zijn korfboogvormige ingangsdeur, zijn schaliedak van weerszijde opgehoogd met puntgevels in tandvorm en bovenaan een Vlaams dakvenster met trapgeveltje.

Links bovenaan de ingangsdeur ziet men een halfverheven beeldhouwwerk in zandsteen uitgehouwen, dat de wapens van de Marselaer voorstelt.

De benedenverdieping werd opgetrokken uit zandsteen, daarboven begint een muur in baksteen met speklagen, steigergaten en kruiskozijnen in zandsteen.

Rechts van het hoofdgebouw bevond zich de “ast’ of droogeest en de gigantisch grote schuur.

In 1926, kreeg het volledige gebouw, na de restauratiewerken, een  herbestemming als gemeentehuis, de droogeest werd echter niet bewaard. De kleine schuur werd omgevormd tot gemeentesecretariaat en politiebureel. De inrijpoort van de schuur is in deze gevel nog steeds herkenbaar. De grote schuur en de stallingen van de hoeve kregen een herbestemming als school.

In 1927 werd de vroegere gelagzaal tot gemeenteraadzaal verbouwd. Ter gelegenheid van zijn 25-jarig burgemeesterschap in 1936 werd het hele complex door graaf Gaston de Ribaucourt aan zijn medeburgers als gemeentehuis en school geschonken.

Het gemeenteplein ernaast werd later naar hem genoemd.

In 1962 werd de vroegere Camme als beschermd gebouw erkend.

Na de fusie van gemeenten in 1977 en na een grondige restauratie kreeg de Camme meer en meer een culturele bestemming.

Het rechtse gebouw, het vroegere gemeentesecretariaat en politiebureel werd toebedeeld aan de kerkelijke parochieraad om dienst te doen als pastorie.